U bent hier

Veelvoorkomende onopvallende soorten

Soms moet je bedacht zijn op het bestaan van iets in de natuur voordat je het ziet.


afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Brandnetelmot.


De Brandnetelmot (Anthophila fabriciana) is een veelvoorkomend nachtvlindertje dat op zonnige dagen te vinden is op de bladeren van Grote Brandnetel (Urtica dioica).

Waar te vinden?
Op Grote Brandnetel met zonnig weer. De pieken in de vliegtijd liggen in mei en augustus/september.

Erg klein zijn ze en daardoor makkelijk over het hoofd te zien. Wanneer je tijdens het afspeuren van brandnetels een "harig mugje" ziet opvliegen zou het zomaar 'ns de Brandnetelmot kunnen zijn. Blijf dan even stil staan want de kans is groot dat 'ie weer spoedig de landing inzet.

Pas op met de Nederlandse soortnamen!
De Parelmoermot (Pleuroptya ruralis) wordt ook wel (Gewone) Netelmot genoemd. Daarnaast hebben we nog de Bonte Brandnetelmot (Anania hortulata) en Brandnetelbladroller (Celypha lacunana).


Netelmot Bonte Brandnetelmot Brandnetelbladroller
afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Huiszebraspin.

Als je in deze tijd van het jaar rondom huis kijkt naar door de zon beschenen objecten (zoals tuinstoelen of de buitenmuur) kun je de Huiszebraspin (Salticus scenicus) vinden. Het strakke streeppatroon op de rug van dit kleine diertje verklaart de Nederlandse naam.

Wanneer 'ie schrikt of in het nauw gedreven wordt zal de spin wegspringen. Hiermee is de Huiszebraspin niet uniek; in Nederland zijn meer dan 40 soorten Springspinnen (Salticidae) bekend. De bruingekleurde Schorsmarpissa (Marpissa muscosa) en Huisspringspin (Pseudeuophrys lanigera) leven eveneens geregeld bij onze woningen.

Waar te vinden?
Rondom huis; speur 'ns langs buitenmuren die door zonlicht worden beschenen.

afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Oranje en Groot Dooiermos.

Je hebt vast wel eens gele korstmossen gezien op muren of op 'n boom.
Als je weet waar op te letten zul je naar verwachting in ieder geval de volgende twee soorten kunnen vinden.


Oranje Dooiermos (Xanthoria calcicola).
Leeft vooral op muren. Het midden van de complete korst is donkerder (oranjeachtig) van kleur dan de buitenranden (geel). Deze soort mist de grote ronde schotels zoals de volgende soort, het Groot Dooiermos, die heeft.

Waar te vinden?
Stadsmuurtjes, straatstenen, buitenmuren van woningen, dakpannen en vergelijkbare objecten.


Groot Dooiermos (Xanthoria parietina).
Lijkt boomstammen en -takken te prefereren als groeiplek. De randkleur van de korst contrasteert niet met de kern zoals bij 't Oranje Dooiermos en op de korst zijn schotelvormen aanwezig.

Waar te vinden?
Eenvoudig te vinden door bomen te controleren. Bedenk wel dat een gele korstmos op hout niet automatisch Groot Dooiermos is omdat er meerdere soorten bestaan met dezelfde kleur.
afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Gewoon Purperschaaltje.

Op boomsoorten met een gladde stam kun je deze witgrijze "vlekken" met donkere "puntjes" vinden. Het is een korstmos die meestal verder in de breedte groeit dan in de hoogte maar de hoogte en breedte kunnen ook gelijk zijn. Het Gewoon Purperschaaltje (Lecidella elaeochroma); een heel normale soort in ons land.

Waar te vinden?
Op gladde boomstammen. Weet je beuken te staan? Neem eens een kijkje want er is 'n goede kans dat je 'm vindt.
afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Liggende Vetmuur.


Een heel gewoon plantje dat vaak onopgemerkt blijft is de Liggende Vetmuur (Sagina procumbens). De rozetten zoals ze nu te vinden zijn (foto's) lijken grasachtig maar gras ontwikkelt zich niet op deze manier en het complete plantje is veel kleiner.

Waar te vinden?
Overal tussen stoeptegels. Speur maar 'ns laag langs de grond in je eigen straat of op de oprit; deze soort is geheid aanwezig.
afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Hulstvlieg.


Deze vreemdvormige bruin-geel-groene plekken op hulstblad zijn vraatsporen van een insect; larve van de Hulstvlieg (Phytomyza ilicis). Dergelijke gangen worden (blad)mijnen genoemd en er zijn veel bladminerende insectensoorten die dit doen op één specifieke waardplant. Onze Hulstvlieg behoort tot de Mineervliegjes (Agromyzidae).

Waar te vinden?
Overal waar Hulst (Ilex aquifolium) staat. Ik heb het idee dat Hulst zonder aantasting van de Hulstvlieg inmiddels behoorlijk zeldzaam is geworden. Een nuttige site over bladmineerders: http://bladmineerders.nl/
afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Gele Trilzwam.


Nu er overal takjes op de grond liggen kun je daarop geeloranje "glibberdingetjes" aantreffen. Het betreft de Gele Trilzwam (Tremella mesenterica); een paddenstoel die ikzelf vooral op eikentakken zie.

Waar te vinden?
Wanneer je 's winters door de kalere bossen eiken afzoekt zijn ze goed te vinden. Eigen waarnemingen in de gemeente Hardenberg onder andere bij de Amaliabrug, Baalder (het exemplaar op de foto langs 't Brandersveldje), Rheezermaten, Engelandsche bos, Gramsbergen.
afbeelding van Julian

"Gewoon" maar ongezien: Paardenbloemvlekgalmug.

Op de bladeren van paardenbloem kun je soms ronde paarsgekleurde vlekken vinden. Wanneer je het blad beter bekijkt en omdraait zie je dat elk vlekje een kamer is waarin een larve zit. Vergroeiingen/uiterlijke veranderingen op 'n plant veroorzaakt door organismen van buitenaf (bijvoorbeeld de bekende knikkervormige "Galappels" op eikenblad van de Galappelwesp - Cynips quercusfolii) worden Gallen genoemd dus ook de paarsverkleuring op de paardenbloem. De "dader" hier betreft Paardenbloemvlekgalmug (Cystiphora taraxaci). Hoewel het geen zeldzame soort is was de soort nog niet bekend in de gemeente Hardenberg binnen waarneming.nl. Hierbij zal meespelen dat soorten als dit vaak over het hoofd worden gezien.

Waar te vinden?
Op Paardenbloembladeren (Taraxacum officinale) tijdens het najaarsseizoen.
Abonneren op RSS - Veelvoorkomende onopvallende soorten